• "We hadden nooit ook maar kunnen hopen dat een blanke voor ons zou knielen en om
vergeving vragen". • "Bent u echt, op eigen kosten, naar ons land gekomen om schuld te
belijden? Dan is er hoop voor ons land". • "De schuldige partij wil het zo snel mogelijk
vergeten, maar de slachtoffers zitten met de pijn en de vernedering, en geven die door
aan de volgende generatie". • "Door onze uitbuiting, en uw verontwaardiging, zijn we
verbonden geraakt; zullen we nu verbonden blijven in wederzijdse erkenning en hulp".



Reisverslag Lifeline Expeditie okt./nov. 2005
Thema voor 2005; Aanvoerhavens.

Deelnemers uit Nederland: Wout Bouwman, Kees Heijstek(alleen Curaçao).
Totaal aantal deelnemers: +/- 40 uit het Caribischgebied, Afrika en Europa.

Korte inleiding.
1997, David Pott krijgt een soort visioen bij het wakker worden, waarin hij een staak ziet met daar bovenin een slang. Zijn gedachten gaan uit naar Numeri 21; het verhaal van de vurige koperen slang op de staak en naar het internationale embleem van de geneeskunst. Terwijl hij daar verder over nadacht veranderde het beeld dat hij zag in een wereldbol en de staak veranderde in de nulmeridiaan en de slang in een kronkelend pad rondom die lengtegraad. Op dat pad liepen zwarte en witte mensen samen. Daarna verdween het beeld. David was zich bewust dat God hierdoor heen iets tegen hem wilde zeggen, dus bleef hij de dagen daarop daarvoor bidden en er met anderen over praten. Gaandeweg werd het duidelijk dat er een verzoeningsactie zou moeten komen om genezing te brengen over de geschiedenis van slavernij en onderdrukking van Afrika door Europa. De volgende paar jaar gebruikte David om dit verder uit te werken en om de nodige contacten te leggen.
In het jaar 2000 werd in Engeland een verzoeningsmars rond die nullijn gelopen door zwarte en witte mensen samen.
In het jaar daarop ontmoette ik David in Barcelona op een JmeO leidersconferentie tijdens een workshop over verzoening, samen met enkele anderen hebben we opnieuw voor dit project gebeden. Vanuit Psalm 68 gaf de Heer ons een aanwijzing waardoor in 2002 in Frankrijk begonnen werd om de blanken in slavenjukken en kettingen te laten lopen, onder begeleiding van zwarte Afrikaanse opzichters en plaatselijke gekleurde afstammelingen van de Afrikaanse slaven. Dit werd in 2003 in Spanje en Portugal herhaald evenals in 2004 in de Verenigde Staten en dit jaar in het Caribische gebied. Dit werkt sterk confronterend en trok dan ook veel aandacht van de media. Het is de bedoeling dat er in 2006 in Afrika gelopen wordt en de regering van Ghana heeft nu al de Lifeline Expeditie uitgenodigd om op kosten van de regering deze actie ook daar te houden.

Maar nu 2005; Het Caribischgebied.
Als verzamelpunt voor deze expeditie was gekozen voor Barbados, enerzijds vanwege het feit dat daar een basis was van JmeO waar alle deelnemers konden overnachten en waar mensen waren die daar het werk hadden voorbereid, anderzijds vanwege het feit dat Barbados vroeger de Engelse aanvoerhaven was.
Op 25 oktober hadden we de eerste gebedsactie op Drackshole, een hele oude plantage.
Één van de deelneemsters wist dat haar voorouders hier als slaven hadden gediend en heel bewust had zij altijd die plaats gemeden. Ook nu was er een bepaalde weerstand in haar hart, maar eenmaal op die plaats aangekomen gaf de Heer haar een geestelijke doorbraak en ervoer zij een bevrijding van onderdrukking. Dit kwam mede tot stand door de gebeden van verootmoediging en de vraag om vergeving, waar zij positief op reageerde.
De eerste publieke wandeling in slavenjukken en kettingen vond plaats vanaf het Busser monument, in Bridgetown, naar New Town plantage. Bij het vrijheidsbeeld van Busser, de zwarte leider van het slavenbevrijdingsfront, werden we in drie teams verdeeld, elk team had vijf mensen die met een ketting aan elkaar verbonden waren. Twee daarvan, meestal mannen, liepen ook nog in een slavenjuk. Het einddoel van deze publieke actie was New Town een oude slavenplantage met daar achter een grote slavenbegraafplaats. Deze plek zou zonder een simpel bord met daarop de vermelding "Slavenbegraafplaats", onherkenbaar zijn geweest. Geen enkele steen, maar wel diepe trektor sporen van de zware machines die nu het werk van de slaven op de suikerrietvelden hebben overgenomen. Diepe sporen in de modder, je kon er niet schoon doorheen komen. Zoals er diepe sporen in het duistere verleden getrokken zijn. Ook daar kun je zonder verzoening niet schoon doorheen komen. Gods wijsheid is nodig om daar op de juiste wijze mee om te gaan. Het was dan ook in de tijd van gebed heel duidelijk te merken dat de één daar heel anders op reageerde dan de ander.

Ook op andere belangrijke historische plaatsen hebben wandelingen en tijden van gebed en verootmoediging plaatsgevonden, dit veroorzaakte bij meerdere diepe emotionele recties.

Na afronding van de acties op Barbados splitsten het team zich in drieën, want ook de Franse aanvoerhaven, Martinique en de Spaanse aanvoerhaven Cartagena in Columbia en de Nederlandse aanvoerhaven, Curaçao moesten worden aangedaan.

Het team wat uit Barbados naar Curaçao vertrok bestond uit: David Pott, teamleider uit Engeland, Joseph nii Ankrah uit Ghana, Barri Kpoturu uit Nigeria en Wout Bouwman uit Nederland. Dit werd op Curaçao aangevuld met Kees Heijstek, Nederland en Rianne Plaisier Nederlandse op Curaçao en Helge van der Loo, Curaçaose.

In enkele acties sloten zich daar nog anderen, zowel van Curaçao als van Nederland bij aan.

Curaçao.
Als eerste actie op Curaçao stond een televisie opname gepland voor het journaal. Dit werd zowel om twaalf uur als om zeven uur uitgezonden op de lokale televisie.

Ons tweede bezoek was bij de gouverneur, mr. Frits Goedgedrag, premier mr. Etienne Ys en professor Valdamar Marcha. Hier werden we heel spontaan ontvangen. Eerst gaven wij een kleine demonstratie in het gebruik van het slavenjuk en daarna namen zij nog een uur om van alle deelnemers te horen waarom zij naar Curaçao waren gekomen.

Ook werd er gesproken over het belang van de Afrikaanse aanwezigheid en de duidelijke verbinding tussen Curaçao en bv. Ghana vanuit de historie.

De eerste wandeling in het slavenjuk en aan de ketting vond direct daarna plaats. We liepen van Fort Amsterdam, hoofdkwartier van de regering, naar het Tula monument. Tula was de Curaçaose leider van
Curacao 2005
het slavenbevrijdingsfront. Het monument bestaat uit drie slavenfiguren, waarvan Tula de middelste is. Hij slaat een ketting, waarmee de twee anderen, een slaaf en een slavin, aan elkaar verbonden zijn, stuk. Er is heel bewust gekozen om ook een vrouwen figuur in het monument op te nemen om daarmee ook de waardering voor de rol van de vrouw in de bevrijding te benadrukken.

De eerste wandeling in het slavenjuk en aan de ketting vond direct daarna plaats. We liepen van Fort Amsterdam, hoofdkwartier van de regering, naar het Tula monument. Tula was de Curaçaose leider van het slavenbevrijdingsfront. Het monument bestaat uit drie slavenfiguren, waarvan Tula de middelste is. Hij slaat een ketting, waarmee de twee anderen, een slaaf en een slavin, aan elkaar verbonden zijn, stuk. Er is heel bewust gekozen om ook een vrouwen figuur in het monument op te nemen om daarmee ook de waardering voor de rol van de vrouw in de bevrijding te benadrukken.

Geknield, met ons gezicht naar de zee, belijden wij onze Nederlandse en Europese schuld en vragen wij om vergeving, zowel aan God als aan de afstammelingen van de Curaçaose slaven.
Op dat moment stapt er een vrouw uit het publiek naar voren en begint in een vlijmscherp betoog de verschrikkingen uit de slaventijd en de minstens zo verschrikkelijke gevolgen, ook voor de huidige generatie, onder onze aandacht te brengen. Op een rustige, indringende en weldoordachte wijze bouwt ze haar betoog op. Zij geeft daarmee aan, zeer goed op de hoogte te zijn van de geschiedenis van haar volk en terecht vraagt zij zich af of wij voldoende beseffen, wat de vraag om vergeving eigenlijk inhoud.
Zij, drs. Joceline Clemencia was directeur van het Cultural Institute Independence.
Het was pas nadat Joseph zijn getuigenis had uitgesproken, waarin hij vertelde dat hij bij aankomst onthutst had geconstateerd dat hier zoveel mensen rondliepen die hij zo thuis had kunnen tegenkomen. Daarover nadenkend kwam hij tot de conclusie dat dit dus verre familie van hem moest zijn. Dus nodigde hij haar uit om hem, haar verre neef een omhelzing te geven. Samen met het Afrikaanse verzoek om vergeving werd ze werkelijk in het hart geraakt en gaf zij Joseph dan ook geroerd een omhelzing. Waarna wij uit onze juk en van de ketting werden losgemaakt en weer op onze voeten konden gaan staan.
Als een soort profetische handeling naar het verleden hebben we toen water over de voeten van de drie slaven van het standbeeld gegoten en die voeten gewassen, met het gebed dat God de wonden van het verleden zal genezen. Want alleen dan zullen de komende generaties zonder die pijn daarvan hun land kunnen opbouwen.
Om de gegeven vergeving ook zichtbaar te maken nodigde Joceline ons later die week uit om bij haar thuis te komen, waar ze over haar werk in het "Onafhankelijk Cultureel Instituut" vertelde.

De volgende dag vertrokken we alweer op tijd naar de andere kant van het eiland, naar landhuis Knip waar Tula als slaaf had gewerkt. Daar hebben we met elkaar rondgelopen en gebeden en opnieuw kon Joseph zijn verhaal aan iemand vertellen die nodig wegmoest maar niet weg ging.
Daarna hebben we ook geketend een stukje in de omgeving gelopen, maar erg ver kwamen we niet want twee vrouwen kwamen uit hun huis om te zien wat het tromgeroffel te betekenen had. Deze dames werden aangesproken en zeer gastvrij nodigde zij ons uit om even binnen te komen. Het bleken moeder en dochter te zijn, rechtstreekse afstammelingen van de slaven van Knip. Hun harten waren niet verbitterd, integendeel, zij waren dankbaar voor de goede dingen die God hun gegeven had. Samen hebben we gezongen en gebeden, en omdat zij een duidelijke link naar het verleden vertegenwoordigde, hebben we ook hen de voeten mogen wassen.

Ook konden we in een live radio interview onze boodschap nog een keer kwijt aan het grote publiek. En voor het kleine publiek hebben we dat nog kunnen doen na een dramastuk over de slavernij in "Kura Hulanda", het slavenmuseum. Dat publiek bestond bijna geheel uit Nederlanders. Van de eigenaar hadden we toestemming gekregen om aansluitend op het drama meteen onze presentatie te geven, een zeer sterk contrast.
Een heel ander publiek troffen we op het Erasmus College, waar David sprak over de Lifeline Expedition en waar we even lieten zien hoe we in het juk en aan de ketting liepen. Maar het was weer opnieuw het getuigenis van Joseph wat ook hier de grootste indruk maakte. Christoffelberg De ruim tweehonderd jongelui in de leeftijd van 15 t/m 17 jaar reageerden massaal. Ze vroegen zelfs of het ook voor hen mogelijk was om volgend jaar in Ghana met de Lifeline Expeditie mee te doen.

De laatste morgen besloten we om vroeg op pad te gaan en met elkaar de Christoffelberg te beklimmen.
Met z'n vieren bereikten we de top vanwaar we een prachtig uitzicht over het eiland hadden, maar we kwamen daar niet voor het uitzicht, maar om vrijheid te proclameren over het eiland.
Vroeger in Israël werd tijdens het jubeljaar op de shofar geblazen als een oproep om de slaven vrij te laten en het land weer terug te geven aan zijn oorspronkelijke eigenaars.
Dus als een proclamatie voor de vrijheid hebben we de shofar over het eiland geblazen.

Diezelfde avond hebben we de eerste wandeling herhaald maar nu in tegenovergestelde richting.
We begonnen dus met het aandoen van de kettingen en het juk bij het Tula monument, met de bedoeling om, al wandelend via Otrabanda weer met het pontje over te steken naar Punda om daar bij, of in de Fortkerk juk en ketting af te leggen. Maar bij het monument had zich al wat publiek verzameld waar mee we zo diep in gesprek raakten, dat we toch maar besloten het grootste stuk met de auto te gaan. En zo werd onderin de Fortkerk de expeditie met gebed afgesloten.

We hadden de gezochte publiciteit ruim gekregen door televisie, radio en de lokale kranten.
Ook vanuit het publiek was er direct en indirect veel waardering voor datgene wat er was gebeurd.
Met dankbaarheid denken we terug aan Gods leiding en bescherming, maar ook voor alle hulp die Rianne en Helge ons voor en tijdens deze expeditie hebben gegeven.

HomeWieWerkwijzeActiesArtikelenVerhalenContact